Het is hun eerste nieuwe album sinds 2004. The Tea Party was even van het muzikale toneel verdwenen. Voor de mensen die ze daarom niet (meer) kennen: deze Canadezen brengen een mix van Progrock, Industrial en traditionele Hardrock. Stevige jongens dus maar met gevoel voor stijl, melodie en kwaliteit. Kenmerkend is vooral de donkere stem van zanger Jeff Martin. Een vocaal geluid dat anno nu vergelijkingen oproept met Tom Smith van Editors.
The Tea Party (een groepsnaam die je tegenwoordig als band minder snel zult kiezen), laat op hun achtste plaat verschillende stijlen horen. Altijd herkenbaar, maar diverse keren zijn de songs ook weer van een eigen stijl voorzien; zoals The Black Sea de sfeer van een ouderwets zeemanslied met zich meedraagt, daar horen we in Brazil passende Zuid-Amerikaanse ritmes. Onder de streep ben ik echter nog niet volledig overtuigd. Er zijn in de afgelopen jaren diverse andere bands geweest uit de Progressieve Rocksector waar ik bij een eerste luisterbeurt al snel termen als fabuleus en meeslepend aan diverse songs toekende. Dat is een gevoel dat ik bij The Tea Party nog mis. Nee, je mag ze niet vergelijken met Riverside of Threshold. Daarvoor hebben deze heren te zeer een eigen geluid, maar voor mij ligt het probleem dan ook in het feit dat ik vrees deze plaat over een tijdje al weer snel vergeten te zijn. Hoe hoog de lat ook ligt en ondanks de kwaliteit. The Ocean at the End weet mij (nog) niet te betoveren. Of het zou het sterke Floydiaanse titelnummer moeten zijn.
Cijfer: 6,9
Toptracks: The Maker, The Ocean at the End.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten